banketbakkersroom

Pagina 1 van 212

Geboorte mergpijpjes

Nog een idee om voor de geboorte van je zoon of dochter te maken. Mergpijpjes in roze of blauw! De mijne zijn overigens flink aan de maat, het is echt wel een gebakje wat je presenteert.

Geboorte mergpijpen

Ingrediënten:

  • biscuit (zie onder)
  • 350 gram banketbakkersroom
  • potje jam
  • 250 gram botercrème (van een mix of een recept)
  • 1500 gram marsepein, roze of blauw gekleurd
  • 750 gram chocolade (half melk, half puur)

Bereiding:

Voor de biscuit: ik gebruikte hiervoor de biscuitmix van ‘De Bakzolder’. Ik heb de bereidingswijze voor een biscuit van 25 cm aangehouden; het beslag heb ik verdeeld over twee brownievormen van 17 x 28 cm, ingevet en met bakpapier bekleed. Ik heb ze wat korter gebakken. Laat afkoelen en snijd de twee plakken biscuit allebei horizontaal door, zodat je er vulling tussen kan doen.

Besmeer de onderste lagen met een laagje banketbakkersroom en daarop een laagje jam. Dek af met de bovenste laag biscuit. Snijd beide ‘stapeltjes’ eerst in de lengte door en daarna zeven keer in de breedte, zodat je uit elk ‘stapeltje’ 14 mergpijpen maakt. Je hebt in totaal dus 28 mergpijpen.

Rol de marsepein uit tot gewenste dikte. Meet goed hoe groot elk plakje moet zijn, je moet de mergpijpjes helemaal rondom kunnen bedekken. Ik heb de botercrème dun op de marsepein gesmeerd met een paletmes, en daarna het marsepein om het biscuit gewikkeld. Bedek zo alle rechthoekjes met marsepein. Je zou ook de botercrème op het biscuit aan kunnen brengen en daarna de marsepein erom kunnen wikkelen.

Laat de 28 mergpijpjes opstijven in de koelkast. Smelt de chocolade au bain marie. Laat het even staan en doop daarna de uiteinden van de mergpijpjes in de chocolade. Leg de mergpijpen op bakpapier om de chocolade hard te laten worden.

 

Parijse flensjes met banaan-bitterkoekjesroom of citroenroom

Afgelopen zaterdag was het weer tijd voor ons halfjaarlijkse etentje met de mannen. Het was mijn beurt om het dessert te maken. Omdat het de bedoeling is dat de gerechten perfect gepresenteerd worden, heb ik thuis vast een proefronde gedraaid. Hiervoor maakte ik de vulling met banaan en bitterkoekjes (hieronder vulling 1 genoemd). De combinatie van zoete meringue met frisse citroen vind ik ook altijd erg lekker; daarom heb ik uiteindelijk voor de citroenvulling (hieronder vulling 2) gekozen. Beide vulling zijn dus mogelijk en erg lekker. Het recept is voldoende voor 4 (-5) flensjes, met de doorsnede van een pannenkoekenpan.

Een passend wijntje bij dit recept vinden viel niet mee. De plaatselijke slijter zuchtte diep, waarna hij me de Elysium Black Muscat adviseerde, een rode wijn die goed past bij fris-zure desserts.

Parijse flensjes

Ingrediënten:

Voor het flensjesbeslag:

  • 25 gram roomboter
  • 100 gram bloem
  • 250 ml melk
  • 1 ei
  • 10 gram poedersuiker

Voor de vulling (optie 1):

  • 250 ml melk
  • 1 vanillestokje
  • 2 eidooiers
  • 50 gram suiker
  • 1 el bloem
  • 100 gram bitterkoekjes
  • 1 banaan

Voor de vulling (optie 2)

  • 300 ml melk
  • 75 ml citroensap
  • 1 vanillestokje
  • geraspte schil van 1,5 citroen
  • 3 eidooiers
  • 75 gram suiker
  • 1,5 el bloem
  • 35 amarettikoekjes

Voor het eiwitschuim:

  • 3 el water
  • 125 gram suiker
  • 3 eiwitten

Bereiding:

Voor de flensjes: Smelt de boter. Meng de bloem door de melk en roer de gesmolten boter, het ei en de poedersuiker erdoor. Laat het beslag minimaal 15 minuten rusten. Verhit een beetje olie in een pan met antiaanbaklaag en bak 4 – 5 flensjes van het beslag.

Voor de vulling (optie 1): Breng de melk aan de kook. Halveer het vanillestokje in de lengte, schraap het merg eruit. Voeg het vanillemerg toe aan de melk. Zet het vuur lager, laat de melk 5 minuten zachtjes trekken en roer af en toe door. Klop intussen de eidooiers met de suiker tot een crème. Voeg de bloem toe en giet de hete melk al roerende bij het eimengsel. Schenk terug in de pan en laat de banketbakkersroom nog 5 minuten op laag vuur zachtjes koken. Blijf roeren. Giet dan op een plat bord of schaal, dek af met plasticfolie en laat afkoelen. Hak de bitterkoekjes fijn, snijd de banaan in stukjes. Meng dit door de banketbakkersroom.

Voor de vulling (optie 2): Breng de melk, het citroensap en de citroenrasp aan de kook. Halveer het vanillestokje in de lengte, schraap het merg eruit. Voeg het vanillemerg toe aan het mengsel. Zet het vuur lager, laat het 5 minuten zachtjes trekken en roer af en toe door. Klop intussen de eidooiers met de suiker tot een crème. Voeg de bloem toe en giet het hete melkmengsel al roerende bij het eimengsel. Schenk terug in de pan en laat de citroenroom nog 5 minuten op laag vuur zachtjes koken. Blijf roeren. Giet dan op een plat bord of schaal, dek af met plasticfolie en laat afkoelen. Hak de amarettikoekjes grof, roer ze vlak voor het serveren door de room.

Voor het eiwitschuim: Breng het water met de suiker aan de kook en kook tot 121 graden. Klop de eiwitten stijf in een vetvrije kom en schenk heel langzaam de suikersiroop erbij. Klop tot het schuim is afgekoeld en schep het schuim in een spuitzak met gekarteld spuitmondje.

Bestrijk elk flensje met vulling, rol ze op en leg ze dicht tegen elkaar aan op een schaal. Spuit een spiraal van eiwitschuim op elk flensje en rooster het schuim met een gasbrander.

Bron (aangepast): ‘Rudolph’s bakery’ door Rudolph van Veen

Gebakjes met appelfrietjes

Kleine gebakjes met banketbakkersroom, amandelspijs en appel. Altijd een goede combinatie. Ik maakte ze, samen met de appel-mascarpone taart en de kersentaart voor mijn verjaardag. Het recept is voor 18 – 20 gebakjes.

Gebakjes met appelfrietjes

Ingrediënten:

Voor de zandtaartjes:

  • 210 gram roomboter, op kamertemperatuur
  • 290 gram bloem
  • 105 gram kristalsuiker
  • 105 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 8,5 gram bakpoeder
  • 2 gram zout
  • 1 gram maagzout (apotheek)
  • 5-10 druppels vanille-essence
  • 20 gram eidooier

Voor de frangipane:

  • 125 gram amandelspijs
  • 7 gram citroenrasp
  • 25 gram roomboter
  • 37 gram ei

Voor de vulling:

  • 8 appels
  • 320 ml slagroom
  • 30 gram poedersuiker
  • 350 gram banketbakkersroom (bereid gewicht)

Bereiding:

Voor de zandtaartjes: Meng de boter met de bloem, de suiker, de bruine suiker, bakpoeder, zout, maagzout en de vanille-essence. Voeg de eidooier toe en meng tot een mooi, samenhangend deeg. Maak er een blokje van en wikkel in plasticfolie. Laat minstens een half uur rusten in de koelkast. Rol het daarna uit tot 7 mm dikte. Steek met bak/inox-ringen van 7 cm doorsnede rondjes uit het deeg. Plaats ze samen met de ringen op een bakplaat, bekleed met bakpapier. Zet ze minstens 7 cm van elkaar. Als je geen 18 ringen hebt, kan je ze in 2 of 3 keer bakken. Verwarm de oven voor op 180 graden.

Voor de frangipane: meng amandelspijs, citroenrasp en roomboter. Voeg het ei toe, roer glad. Vul een spuitzak met de frangipane en spuit in het midden van het deeg een kleine(!) hoeveelheid. Zorg ervoor dat er tegen de ring een rand van 1 cm vrij blijft. De frangipane zorgt ervoor dat de randen naar boven komen en het midden van het deeg beneden blijft. Zo kan je er straks een vulling inspuiten.

Bak de ringetjes ongeveer 16 minuten in de oven tot ze een mooie goudbruine kleur hebben. Verwijder na het bakken de ringen; voorzichtig, want het deeg is nog zacht. Laat ze afkoelen op de bakplaat.

Voor de vulling: klop de slagroom met de poedersuiker lobbig. Klop de banketbakkersroom los en meng er voorzichtig de slagroom door. Spuit met een spuitzak 35 gram crème in bolvorm in elk gebakje. Verwarm de oven voor op 160 graden. Schil de appels, verwijder het klokhuis. Snijd ze in dunne frietjes. Leg de frietjes op een bakplaat, zet ze in een voorverwarmde oven en laat 10 – 15 minuten garen tot ze soepel (maar niet te zacht) aanvoelen. Laat afkoelen op de bakplaat. Schik de frietjes bolvormig op de crème. Bestrooi met veel poedersuiker.

Bron: ‘Het bakboek, de klassiekers’ door Eric van den Hende / PIVA

Kersen-meringuetaart op sloffendeeg

Mijn lekkerste verjaardagstaart was toch wel deze kersen-meringuetaart. Echt álles aan deze taart is lekker. De sloffenbodem, de kersen, de roomlaag, de Italiaanse meringue… een taart waarin alle lekkere smaken gecombineerd worden. De taart is voor ongeveer 10 – 12 personen.

Kersen meringue taart

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 180 gram roomboter
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram zout
  • 1 eidooier
  • 250 gram bloem (liefst een combinatie van zeeuwse- en patentbloem)
  • 10 gram bakpoeder

Voor de frangipane:

  • 185 gram amandelspijs
  • 10 gram citroenrasp
  • 37 gram roomboter
  • 55 gram ei

Voor de kaneelcrème:

  • 300 gram banketbakkersroom (bereid)
  • 100 ml slagroom, geklopt
  • 1/3 tl kaneel

Voor de kersenlaag:

  • pot kersen van 680 gram
  • 2 el maïzena

Voor de Italiaanse meringue:

  • 190 g suiker
  • 100 g eiwit
  • 60 ml water

Bereiding:

Meng de boter, basterdsuiker, zout en eidooier (met de hand, of met een mixer met deeghaak). Zeef de bloem en het bakpoeder en kneed dit er voorzichtig doorheen. Verpak het deeg in plasticfolie en laat het één uur in de koelkast rusten.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot ruim 1 cm dikte. Steek met een bakring van 23 cm (of eventueel de buitenkant van een springvorm) een deegplak uit. Zet het deeg in de ring op een bakplaat, bekleed met bakpapier.

Meng amandelspijs, citroenrasp en roomboter. Voeg het ei toe, roer glad. Doe dit in een spuitzak met glad spuitmondje en spuit de frangipane op het sloffendeeg, laat 1 cm vanaf de rand vrij.

Bak de sloffen ongeveer 25 – 30 minuten op 160°C boven- en onderwarmte, 140 – 150˚C heteluchtoven. De bodem is klaar, wanneer hij gerezen en goudbruin zijn. Laat afkoelen op een bakplaat.

Voor de kaneelcrème spatel je alle ingrediënten door elkaar. Smeer een heel dun laagje op de sloffenbodem. De rest bewaar je nog even.

Voor de kersenlaag: doe de kersen door een zeef, vang het vocht op in een pannetje. Meng twee eetlepels van dit kersenvocht met de maïzena, roer tot een papje. De rest van het vocht verwarm je op het vuur. Giet het maïzenapapje er (van het voor af) langzaam en roerend bij. Verwarm het daarna net zo lang, tot het kersenvocht gebonden is. Voeg dan de kersen toe, roer door en laat helemaal afkoelen. Verdeel daarna de kersen over het laagje kaneelcrème; je hoeft niet al het gebonden vocht mee te nemen. Verdeel daarna de overige kaneelcrème over de kersenlaag.

Voor de meringue: breng in een pan het water en de suiker aan de kook tot 121 ºC. Klop ondertussen het eiwit tot stijve pieken, met een elektrische mixer in een goed ontvette kom. Giet in een dun straaltje de suikersiroop erbij, terwijl de mixer blijft kloppen en klop tot het eiwit koud is. Verdeel het schuim met een lepel over de taart en maak er pieken op met de achterkant van de lepel. Rooster het eiwit lichtbruin met een hobbygas- of crème brulee branden of zet de taart even onder de gril. Decoreer eventueel met wat verse kersen.

Sloffen

Gebak wat gemaakt is van sloffendeeg; ik houd ervan. Wat mij betreft het meest lekkere deeg wat je je maar kunt bedenken. Lange tijd ben ik op zoek geweest naar het beste recept. Na lang zoeken (met name Charl Odijk hielp mij op weg) en verbeteren, is dit het geworden en ik deel het graag met jullie. Ik geef wat suggesties voor vullingen, maar uiteindelijk kan vrijwel elke vulling erin. In plaats van frangipane, is het ook mogelijk om banketbakkersroom op het deeg te spuiten.

Sloffenringen zijn op internet te bestellen, bij bakkerijwinkels bijvoorbeeld. Mijn ringen zijn 22 x 10 cm. Met onderstaand recept heb je ruim voldoende deeg voor 2 sloffen, uit elke slof snijd je ongeveer 5 stukjes gebak. Ik verdubbel meestal het recept, maak dan 4 of 5 sloffen en vries de sloffen zonder vulling in. Als je geen sloffenringen hebt, is het natuurlijk ook mogelijk om een rond taartje te maken; dan verliest het natuurlijk wel de naam ‘slof’.

Sloffen

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 180 gram roomboter
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram zout
  • 1 eidooier
  • 250 gram bloem (liefst een combinatie van zeeuwse- en patentbloem)
  • 10 gram bakpoeder

Voor de frangipane:

  • 125 gram amandelspijs
  • 7 gram citroenrasp
  • 25 gram roomboter
  • 37 gram ei

Bereiding:

Meng de boter, basterdsuiker, zout en eidooier (met de hand, of met een mixer met deeghaak). Zeef de bloem en het bakpoeder en kneed dit er voorzichtig doorheen. Verpak het deeg in plasticfolie en laat het één uur in de koelkast rusten.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot ruim 1 cm dikte. Steek 2 ovale plakken uit met 2 sloffenringen. Zet het deeg in de ringen op een bakplaat, bekleed met bakpapier.

Meng amandelspijs, citroenrasp en roomboter. Voeg het ei toe, roer glad. Doe dit in een spuitzak met glad spuitmondje en spuit de frangipane op het sloffendeeg, laat 1 cm vanaf de rand vrij.

Bak de sloffen ongeveer 22 – 26 minuten op 160°C boven- en onderwarmte, 140 – 150˚C heteluchtoven. De sloffen zijn klaar, wanneer ze gerezen en goudbruin zijn. Laat afkoelen op een bakplaat.

Vul hierna de sloffen met garnering naar wens. Verschillende mogelijkheden:

  • Lemoncurd, citroenbavarois, citroenrasp en amandelschaafsel
  • Kersenvlaaivulling, kersenbavarois, kersen en chocolade
  • Dulche de leche, schijfjes banaan, slagroom en gehakte chocolade/gehakte fudge
  • Banketbakkersroom, gebakken appeltjes, amandelschaafsel
  • Dulche de leche, karamelbavarois, blokjes fudge

 

Hazelnootspijstaart

Sinds een paar maanden ben ik fan van Rudolph van Veen. Zijn recepten op 24kitchen hebben altijd een bijgevoegd filmpje; ik word altijd blij van die man. Hij kan met zoveel enthousiasme over z’n baksels praten, dat zelfs het simpelste koekje een bijzonder stukje patisserie lijkt. Vandaag deze hazelnootspijstaart. Wij vonden het een erg lekkere taart.

Hazelnootspijstaart

Ingrediënten:

Voor het deeg:

  • 175 gram bloem
  • 6 gram bakpoeder
  • 150 gram boter
  • 145 gram witte basterdsuiker
  • 0,25 ei
  • mespuntje zout

Voor het hazelnootspijs:

  • 150 gram hazelnoten
  • 150 gram suiker
  • 1  eiwit

Voor de zwiterse room:

  • 350 gram banketbakkersroom (zelfgemaakt of van een mix)
  • 200 ml slagroom

Voor de topping:

  • 1  eiwit
  • 150 gram hazelnoten
  • 50 gram suiker

Bereiding:

Voor de topping: verwarm de oven op 180 ºC. Klop het eiwit los. Meng de hazelnoten door het eiwit en de suiker. Bak de hazelnoten in circa 15 minuten krokant. Laat ze afkoelen en hak grof.

Voor het deeg: meng de boter, basterdsuiker, ei en het zout. Voeg de bakpoeder en bloem toe en kneed tot een soepel deeg. Druk het deeg plat, verpak in plasticfolie en laat het deeg circa 30 minuten opstijven in de koelkast.

Voor de hazelnootspijs: maal in de keukenmachine de hazelnoten met de suiker en het eiwit tot spijs.

Rol het deeg uit, vet een taartvorm met uitneembare bodem van 24 cm in en bekleed met het deeg. Verdeel het spijs over de bodem. Bak de bodem in circa 25 – 30 minuten in een voorverwarmde oven op 180 ºC  goudbruin en gaar. Laat de bodem afkoelen. Spatel de banketbakkersroom door de slagroom en verdeel dit over de taart. Voordeel de topping over de roomlaag en bestrooi de taart met poedersuiker.

Bron (aangepast): 24kitchen

Chocolade – truffelcake

Chocoladecake, gevuld en gedecoreerd met truffelroom. Jan Jaap nam hem mee als onderdeel van het dessert, voor een Amerikaanse – nieuwjaarsmaaltijd.

Ik heb de cake gemaakt in een vorm van 30 cm. Wanneer je een kleinere cakevorm hebt, kan je alle ingrediënten voor het cakebeslag verminderen. En als je het nog makkelijker wilt doen, koop je gewoon een chocoladecake bij de supermarkt, die mislukt tenminste nooit:)

Chocolade-truffel cake

Ingrediënten:

Voor de chocoladecake:

  • 220 gram bloem
  • 9 gram bakpoeder
  • 2 el cacaopoeder
  • mespunt zout
  • 250 gram roomboter, op kamertemperatuur
  • 250 gram suiker
  • 5 eieren, op kamertemperatuur

Voor de truffelcrème:

  • 250 gram banketbakkersroom, bereid
  • 150 gram chocolade
  • 250 gram roomboter, op kamertemperatuur
  • 60 gram poedersuiker

Extra:

  • chocoladeballetjes of pareltjes

Bereiding:

Voor de chocoladecake: verwarm de oven voor op 175 graden. Vet de cakevorm in en bekleed met bakpapier. Zeef de bloem, bakpoeder, cacao en het zout samen in een kom, roer door elkaar. Klop met de mixer de boter luchtig met de suiker (doe dit vooral niet te kort), meng er één voor één de eieren door. Schraap na elke toevoeging de wand even schoon. Meng het bloemmengsel door het botermengsel. Verdeel het beslag over de cakevorm en bak de cake in ongeveer een uur gaar. Controleer met een satéprikker, deze moet er schoon (zonder nat beslag eraan) weer uitkomen. Na 5 minuten haal je de cake uit de vorm, laat verder afkoelen op een rooster.

Voor de truffelcrème: smelt de chocolade au bain-marie. Klop de roomboter luchtig met de poedersuiker en meng er de banketbakkersroom doorheen. Roer de gesmolten chocolade al mixend door de crème. Stop als de chocolade goed gemengd is.

Snijd de cake (met een mes of taartzaag) horizontaal in 3 plakken. Leg de onderste plak op een cakeschaal, bestrijk gelijkmatig met een laagje truffelcrème. Leg de volgende laag hierop, bestrijk weer met truffelcrème. Dek af met de bovenste cakelaag. Schep de overige crème in een spuitzak en spuit rozetten bovenop de cake. Als de zijkanten van de cake erg lelijk zijn, kan je een laagje truffelcrème op de zijkanten aanbrengen. Leg op elk rozet een chocoladeballetje.

Bron (aangepast): Rudolph’s Bakery 

Appeltaartbroodpudding

Allereerst voor alle lezers een heel goed en gezond 2014 gewenst! Leuk dat het afgelopen jaar de site zo goed werd bezocht: dat maakt het leuk om weer door te gaan!

Broodpudding; ik had echt geen idee wat ik me erbij voor moest stellen. Erg lekker leek het me eigenlijk niet. Toen ik op 24kitchen het filmpje zag van deze appeltaartbroodpudding, ben ik overstag gegaan. En ik moet zeggen; het viel me 100% mee!

Deze broodpudding is ideaal om de restjes kerststol, krentenbrood of panettone op te maken. Gebruik een lekker gevuld brood, dat maakt dit dessert alleen maar lekkerder! Ik heb er een koude vanillesaus aan toegevoegd, maar je kan de broodpudding ook met vanilleijs of slagroom eten. Het recept is genoeg om ongeveer 14 muffinvormpjes of een ovenschaal mee te vullen.

Appeltaartbroodpudding

Ingrediënten:

Voor de broodpudding:

  • 3 appels (jonagold)
  • 1 vanillestokje
  • 50 gram boter
  • 1 oud krentenbrood
  • 500 ml melk
  • 250 gram suiker
  • 2 tl kaneelpoeder
  • 1 ei

Voor de vanillesaus:

  • 100 gram banketbakkersroom (bereid)
  • 100 gram gezoete slagroom, lobbig gelopt
  • 100 gram melk
  • merg van 1/2 vanillestokje

Bereiding:

Voor de broodpudding: verwarm de oven voor op 170 ºC.  Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd de appels in blokjes. Halveer het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Smelt de boter en breek het brood in stukken. Meng het brood met de melk, de suiker, kaneelpoeder, vanillemerg, het ei en de gesmolten boter. Meng samen met de appels tot een smeuïge massa. Verdeel het mengsel over een ingevette ovenschaal of over muffinvormpjes en bak in circa 1 uur goudbruin en gaar. Wanneer je de pudding in muffinvormpjes maakt, heb je aan 45 minuten wel genoeg.

Voor de vanillesaus: meng de gele room met de slagroom. Spatel de melk en de vanille erdoor. Giet de saus door een zeef. Serveer de warme broodpudding met de koude vanillesaus.

Bron: (broodpudding) 24kitchen, (vanillesaus) ‘De banketbakker’ door Cees Holtkamp

Mokkagebakjes

Vandaag weer een mokkagebakje. Deze keer niet met schuimlaagjes ertussen, maar met een zandbodem. Ook erg lekker, dit deeg smaakt overal goed bij. Zelfs zonder vulling zou ik er wel een paar lusten:)! Het recept is voor 18 gebakjes, ik gebruik bakringen van 7 cm doorsnede.

Mokkagebakjes

Ingrediënten:

Voor de zandtaartjes:

  • 210 gram roomboter, op kamertemperatuur
  • 290 gram bloem
  • 105 gram kristalsuiker
  • 105 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 8,5 gram bakpoeder
  • 2 gram zout
  • 1 gram maagzout (apotheek)
  • 5-10 druppels vanille-essence
  • 20 gram eidooier
  • 30 gram marsepein (50% amandelen, 50% suiker)
  • 10 ml water
  • 125 gram banketbakkersroom

Voor de vulling:

  • 875 gram banketbakkersroom
  • 160 gram suiker
  • 300 gram roomboter
  • 120 gram warme espressokoffie
  • 2 el bruine suiker
  • 2 el nescafepoeder

Voor de decoratie:

  • hazelnootkrokant
  • mokkaboontjes of chocoladeballetjes

Bereiding:

Voor de zandtaartjes: meng de boter met de bloem, de suiker, de bruine suiker, bakpoeder, zout, maagzout en de vanille-essence. Voeg de eidooier toe en meng tot een mooi, samenhangend deeg. Maak er een blokje van en wikkel in plasticfolie. Laat minstens een half uur rusten in de koelkast. Rol het daarna uit tot 7 mm dikte. Steek met bak/inox-ringen van 7 cm doorsnede rondjes uit het deeg. Plaats ze samen met de ringen op een bakplaat, bekleed met bakpapier. Zet ze minstens 7 cm van elkaar. Als je geen 18 ringen hebt, kan je ze in 2 of 3 keer bakken. Verwarm de oven voor op 180 graden.

Bereid de crème: leg de marsepein in een kom en kneed er het water onder. Roer de massa goed glad met een klopper zodat er geen brokjes overblijven. Vermeng met de banketbakkersroom en klop stevig door. Vul een spuitzak met de crème en spuit in het midden van het deeg een kleine(!) hoeveelheid. Zorg ervoor dat er tegen de ring een rand van 1 cm vrij blijft. De crème zorgt ervoor dat de randen naar boven komen en het midden van het deeg beneden blijft. Zo kan je er straks een vulling inspuiten.

Bak de ringetjes ongeveer 16 minuten in de oven tot ze een mooie goudbruine kleur hebben. Verwijder na het bakken de ringen; voorzichtig, want het deeg is nog zacht. Laat ze afkoelen op de bakplaat.

Voor de vulling: klop de boter, totdat deze zacht is. Klop daarna de suiker en de banketbakkersroom erdoor, tot het een egale massa is. Roer de suiker en de nescafe door de warme koffie, totdat het is opgelost. Neem van dit mengsel 100 gram en mix het met de mixer door het banketbakkersroom-mengsel.  Vul hiermee de gebakjes. Decoreer de gebakjes met hazelnootkrokant en een mokka-boontje.

Bron zanddeeg: ‘Bakboek, de klassiekers’ door Eric van den Hende 

Koffiebroodjes

En daar is weer een broodje. Ik riep steeds heel hard, dat ik niet van het broodbakken ben, maar daar kom ik langzamerhand een beetje van terug. Het proces vind ik zo leuk; kneden, rijzen, vulling erin, weer rijzen…. en dan komt er een heerlijk broodje uit de oven. Gewone witte en bruine broden zal ik niet zo snel bakken, maar wel de zoete broodjes. Vandaag de koffiebroodjes. ‘Koffie’ klonk bij altijd een beetje muf in de oren, maar toen ik het recept ging bekijken kwam ik tot de conclusie dat het wel een succes moest worden. Ik maakte van onderstaand recept 18 broodjes.

Koffiebroodjes

Ingrediënten:

  • 16 gram droge gist
  • 180 gram lauwe melk
  • 500 gram bloem
  • 25 gram witte basterdsuiker
  • 1 ei
  • 100 gram zachte roomboter
  • 10 gram zout
  • 300 gram banketbakkersroom
  • 150 gram krenten (ik verving deze voor gele rozijnen)
  • 150 gram rozijnen
  • 100 gram abrikozenjam
  • 100 gram poedersuiker

Bereiding:

Meng in een kom de bloem, suiker en het zout. Roer de gist erdoor. Voeg de melk, het ei en de boter toe en kneed kort door elkaar. Laat het 30 minuten in de koelkast rusten, kneed nog even door en rol het uit tot een lap van 40 x 50 cm.

Verdeel de gele room over de lap, maar houd 5 cm aan één van de langere randen vrij. Strooi de rozijnen en krenten er gelijkmatig overheen. Bestrijk de rand zonder vulling met een kwastje met water. Rol het deeg op vanaf de lange rand met room en zorg dat de sluitnaad goed op elkaar plakt. Snijd de rol in 16 – 18 schijven. Leg de deegschijven op 1 of 2 bakplaten met bakpapier. Houd ruimte tussen de broodjes. Laat ze op een warme plaats 40 minuten rijzen. (Toen ik de broodjes maken, was het nergens echt warm. Ik heb daarom de oven op 50 graden voorverwarmd, de oven uitgezet en daarna de broodjes in de oven laten rijzen. Dit ging prima!)

Verwarm de oveN voor op 220 graden. Bak de broodjes 12 minuten in de voorverwarmde oven. Als je 2 bakplaten gebruikt, bak deze dan na elkaar. Bestrijk ze na het bakken met de verwarmde abrikozenjam. Meng de poedersuiker met ongeveer 20 ml water en besprenkel de broodjes hiermee. Als het glazuur te dik is, voeg je wat water toe, als het te dun is voeg je wat poedersuiker toe.

Bron (met wat kleine wijzigingen): ‘De Banketbakker’ door Cees Holtkamp 

Pagina 1 van 212